Kennisuitwisseling: 'Duurzame match tussen vluchteling en werkgever is gedeelde verantwoordelijkheid'

Het realiseren van een duurzame relatie tussen vluchteling en werkgever, is een gedeelde verantwoordelijkheid waarbij de werkgever, gemeente en de vluchteling zelf de belangrijkste rol spelen. Dat is een van de conclusies van de kennisuitwisseling over het bevorderen van arbeidsparticipatie van statushouders, die 22 mei door K!X Works werd georganiseerd.

Ruim vijftig professionals van gemeenten, onderwijs, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven zijn op een zonnige maandagmiddag aangeschoven om kennis uit te wisselen over het matchen van vluchtelingen en werkgevers. Middagvoorzitter Shahrzad Nourozi – tevens trainer bij K!X Works – geeft het woord eerst aan onderzoeker Inge Razenberg van het Verwey-Jonker Instituut. Zij onderzocht voor KIS hoe gemeenten werkgevers kunnen ondersteunen bij het aannemen van statushouders. Razenberg stelt dat veel werkgevers ervoor open staan om vluchtelingen in dienst te nemen, maar hierover wel veel vragen hebben. Een van haar aanbevelingen aan gemeenten is om werkgevers te informeren over het taalniveau en de achtergrond van de statushouders en over de juridische mogelijkheden die vluchtelingen hebben om in Nederland aan de slag te gaan.

Iemand uit de zaal reageert dat daar vaak het probleem ligt bij het ‘matchen’ van statushouders: ‘Gemeenten hebben hun statushouders vaak niet goed in beeld. Ze weten bijvoorbeeld weinig over hun arbeidsverleden waardoor een hoogleraar scheikunde een oproep krijgt om schoonmaakwerk te doen. Eeuwig zonde.’ De opmerking krijgt bijval van verschillende andere aanwezigen. Een gemeenteambtenaar merkt op dat gemeenten ‘wel altijd de zwarte piet zijn’. Vaak spelen ook andere factoren een rol, stelt hij, en zijn het de uitzonderingen, zoals de hoogleraar scheikunde, die worden aangehaald.

Elkaar leren kennen

Terug naar de onderzoeksresultaten die Razenberg presenteert. ‘Bied werkgevers de mogelijkheid om statushouders te leren kennen en spreid de financiële risico’s. Bijvoorbeeld door regelingen als werken met behoud van uitkering of tijdelijke loonkostensubsidie beschikbaar te stellen.’ Een deelnemer vindt dit een terechte aanbeveling aan gemeenten, een vluchteling in dienst nemen vraagt immers extra inspanning. ‘De inwerkperiode duurt langer en je moet iemand een vaktaal leren. Dat kost tijd en geld.’
Een andere aanwezige vraagt zich af of het niet meer aan de welwillendheid van de werknemers ligt die op de werkvloer samenwerken met statushouders, dan aan een extra inspanning vanuit de werkgever.

Meer weten over hoe gemeenten werkgevers kunnen ondersteunen bij het aannemen van statushouders? Lees dan dit artikel met 5 essentiële tips die uit een KIS-verkenning naar voren zijn gekomen.

Victoria Ruijs, directeur van Hotel Theater Figi in Zeist beaamt dat. ‘Het valt of staat bij hoe flexibel de directe collega’s zijn. Een van onze werknemers is bijvoorbeeld lang geleden vanwege oorlog uit zijn land gevlucht. Zijn directe collega’s weten dat hij wegduikt wanneer een tafel hard op de grond valt. Zijn collega’s houden daar rekening mee.’ 

Middagvoorzitter Nourozi vraagt naar de ervaring die Figi heeft met het in dienst nemen van vluchtelingen. ‘We hebben mensen in dienst die ooit hun land zijn ontvlucht, maar geen recente nieuwkomers’, zegt Ruijs. ‘Wel hebben we een aantal activiteiten voor vluchtelingen in ons theater georganiseerd. En bij een groot evenement op Slot Zeist draaiden een aantal jongeren van een K!X Works-groep als vrijwilliger met ons mee.’

En resulteerde dat ook in een baan, wil Nourozi weten. ‘Nee, op dit moment hebben we geen vacatures waarvoor ze in aanmerking komen.’ Op de vraag of het redelijk beheersen van de Nederlandse taal hiermee te maken heeft, reageert Ruijs bevestigend. ‘Het hangt er bij ons wel vanaf hoeveel contact je met de gasten hebt. Een Duitse jongen kon bijvoorbeeld niet bij de front office werken. Hij serveert nu in het restaurant, dat is qua taal wat gemakkelijker.’ Ook stelt ze dat ze de soft skills moeten kennen om binnen te komen. 'Daar valt het nu vaak op.'

Ruijs is net als Razenberg van mening dat gemeenten of maatschappelijke organisaties werkgevers de mogelijkheid moeten bieden om vluchtelingen te leren kennen. ‘Als wij een kaartenbak met cv’s krijgen, zou dat bijvoorbeeld al heel veel schelen.’ De directeur van Hotel Theater Figi stelt dat de werkgever aan zijn jasje zou moeten worden getrokken, en niet andersom. ‘Gemeenten of maatschappelijke organisaties moeten het contact regelen. Ik sprak net iemand die een aantal koks in de aanbieding heeft. Nou, kom maar op!’

Taalniveau

Moet een vluchteling eigenlijk Nederlands spreken om aan de slag te kunnen gaan? Of is ‘een beetje Nederlands’ genoeg? Daarover gaat de paneldiscussie met Bettina Haarbosch (programma manager diversiteit en inclusie bij de NS), Hans Rutten (gemeente Maastricht), Mazen Basil (Syrische vluchteling en o.a. vrijwilliger bij K!X Works) en Bora Avrić (themacoördinator nieuwe migratie bij Movisie).

Haarbosch trapt af: ‘Wij moeten als NS aan allerlei veiligheidseisen voldoen. Stel dat iemand de trein mist omdat een NS-medewerker niet goed Nederlands kan spreken, dan hebben wij een probleem. Voor bepaalde functies bij de NS heb je dus gewoon C1- of C2-taalniveau nodig.’
‘Het is in ieder geval belangrijk dat er op een basisniveau met de werkgever gecommuniceerd kan worden’, vult een medewerker van schoonmaakbedrijf Asito vanuit de zaal aan. Volgens een gemeenteambtenaar is dat niet altijd noodzakelijk. ‘Jonge statushouders in Den Bosch zijn met een A1- of A2-niveau al aan de slag gegaan bij McDonalds en Burger King, en dat gaat prima.’ Hans Rutten van de gemeente Maastricht vult aan dat het vooral belangrijk is om te investeren in nieuwkomers. ‘Als je doorzet, zijn er kansen. Onze ervaring is dat er wel degelijk veel mogelijkheden zijn voor groepen mensen die voorheen als ‘lastig te plaatsen’ werden bestempeld.’

Leestip: De 22-jarige Hoseb Assadour volgde het traject van K!X Works in Maastricht. In dit interview vertelt hij over de impact die dit op  hem heeft gehad.

Verwachtingen

‘Het belangrijkste is dat je mensen aan de arm meeneemt, zodat een werkgever een gezicht heeft bij de naam van een vluchteling.’ Aan het woord is een medewerker van NewBees, een organisatie die vluchtelingen helpt bij het vinden van passend vrijwilligerswerk. ‘Wanneer er een klik is, hoeft de beheersing van de Nederlandse taal geen obstakel te zijn en gaan werkgevers gewoon zelf aan de slag met vertalen via Google Translate.’
Bora Avrić, themacoördinator nieuwe migratie bij Movisie, vertelt dat dit ook een van de redenen is dat K!X Works-deelnemers op bezoek gaan bij bedrijven. ‘Naast direct contact tussen vluchtelingen en werkgever is het belangrijk dat er een goede balans komt tussen ‘wat wil ik’ en ‘wat kan ik’. Soms moet je de verwachtingen wat temperen.’ Haarbosch van de NS knikt. ‘Meets and greets werken bij ons heel goed, ook voor de nieuwkomers zelf.’

De Syrische vluchteling Mazen Basil laat een heel ander licht op de stelling schijnen.‘Stel dat je wordt aangenomen en bijna geen Nederlands spreekt’, zegt hij. ‘In dat geval kun je als nieuwkomer geen contact maken met je collega’s en voel je je waarschijnlijk erg eenzaam.’ Er klinkt instemmend geroezemoes in de zaal. ‘Maar ik ken ook een Syrische man die toen hij hoorde dat hij een werkervaringsplek kreeg, keihard aan het werk is gegaan om de Nederlandse taal te spreken. In die zin kan werk ook een enorme motivator zijn.’

Na de pauze is het woord aan Ina Smittenberg, projectleider nieuwe migratie bij gemeente Zeist. Die gemeente heeft een app ontwikkeld om statushouders op weg te helpen: WegwijZ in Zeist. De app wordt aangeboden in drie talen: Nederlands, Nederlands/Arabisch en Nederlands/Tigrinya. Behalve een app organiseert de gemeente ook zogenoemde WegwijZ-bijeenkomsten.
Smittenberg: ‘Alle stakeholders zijn hierbij aanwezig: de sociale dienst, het werkgeversservicepunt, maatschappelijke organisaties, vrijwilligers en maatjes.’ Ze bevestigt dat Zeist de eerste gemeente is met een app, maar wil Zeist liever geen voorbeeldgemeente noemen, veel gemeenten zijn namelijk goed bezig.

‘Ik durf wel te zeggen dat Zeist een voorbeeldfunctie heeft’, zegt OTAV-accountmanager Erwin Derks van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vanuit de zaal. ‘Maar ze zijn gelukkig niet de enige. Onze rol is om de ervaringen van gemeenten te delen, zodat het wiel niet elke keer opnieuw uitgevonden hoeft te worden.’ Derks verwijst naar de site van de VNG waar de ondersteuningsproducten geordend zijn per thema. Ook de interventiewijzer participatie vluchtelingen van KIS biedt een handig overzicht van interventies en veelbelovende praktijkvoorbeelden om de participatie van statushouders te bevorderen.

Gedeelde verantwoordelijkheid

Een duurzame match tussen een vluchteling en een werkgever realiseren, is nog geen vanzelfsprekendheid, blijkt tijdens de kennisuitwisseling. Maar met alle stakeholders om de tafel zitten, is een stap in de goede richting – daarover is iedereen het deze middag eens. Een deelnemer oppert om dit soort bijeenkomsten ook op regionaal niveau te organiseren.
‘We dragen allemaal een gedeelde verantwoordelijkheid bij het tot stand brengen van een duurzame match tussen vluchteling en werkgever’, vat Jamal Chrifi, projectleider bij K!X Works, de kennisuitwisseling samen. Middagvoorzitter Nourozi sluit de middag af en geeft de aanwezigen één laatste tip mee. ‘Blijf de kennis en ervaring over wat wel en niet werkt om vluchtelingen te laten participeren en integreren zo veel mogelijk benutten.’

 

Meer weten?
Ga dan naar www.movisie.nl/vluchtelingen of www.movisie.nl/doen. Wilt u een vluchteling in dienst nemen en heeft u daar vragen over? Op de website van de Rijksoverheid staat een handig stappenplan voor werkgevers.
Terug naar lijst